Ferre

Ferre Marnef

Onder constructie

Marnef

PONGE

PONGE

PARIS, FRANCE – 1945: French poet Francis Ponge on a balcony, 1945 in Paris, France. (Photo by Robert DOISNEAU/Gamma-Rapho via Getty Images)

 

WORK IN PROGRESS

 

Onderzoeksproject Ferre Marnef (Desnor)

PONGE

PONGE beeld

 

Ferre Marnef: Wat mij in de teksten van Ponge aantrekt, is de expliciete hang naar de bevrijding uit enge begrippenkaders, zoals democratie en kapitalisme of goed en slecht of zelfs natuur en cultuur, misschien zelfs de verwoesting ervan. Misschien moet dé mens zelf maar eens geruïneerd worden?

Deze verwoesting kan een opening bieden om niet alleen de waarheden van andere mensen maar ook die van de dingen, van het niet-menselijke toe te laten. Het spoort mij aan tot het maken van theater waarin de mens gedefinieerd kan worden door de uitwisseling van verschillende mensen, spullen, ruimten, tijden …

 

FRANCIS PONGE. Het oeuvre van de schrijver Ponge is niet erg uitgebreid, maar een (klein) deel werd in het Nederlands vertaald. Er zijn drie teksten die in de voorbereiding naar de voorstelling Ponge extra aandacht krijgen: Namens de dingen (1942), Proëmia (1948) en het latere werk Zeep (1967). 

 

De kern van deze werken is samen te vatten als ‘de herovering van een werkelijkheid die uit het zicht is verdwenen, door middel van een eerherstel voor de simpelste dingen.’ Het omvat gedichten of korte stukjes proza waarin voornamelijk objecten, dieren of natuurfenomenen aandachtig worden beschreven, zoals Inleiding tot strandklei, Het weekdier, De sigaret … De taal van de dichter (de mens) schikt zich naar het uitdrukken van de dingen, als het ware via een ‘reis in de dichtheid van de dingen’. 

 

Door in te zoomen op de taal van de dingen (Ponge: “Alle dingen zijn de dupe van hun uitdrukking”) probeert Ponge de mens uit zichzelf te trekken en open te stellen voor de buitenmenselijke wereld. Door recht te doen aan de wereld van de dingen of het andere, vinden we volgens Ponge nieuwe mogelijkheden en inzichten in onszelf. Of zoals Walter Benjamin het in Eenrichtingsstraat mooi verwoordt: “De blik is de rand van de mens”.  

 

(DIS)HARMONIE. Een belangrijk aspect voor de voorstelling is het verbinden van muziek of klank aan de ideeën van Ponge. Als startpunt voor dit nieuwe aspect (Desnor werkt voornamelijk met bestaande opnames) leer ik het lied Verklärte Nacht (1899) van de Oostenrijks-Amerikaanse componist Arnold Schönberg in een uitgepuurde versie spelen. Hier komt het experiment voorop te staan, want ik wil het spelen en bewerken met een geërfd harmonium en taperecorders. Ik ben een gitarist, dus de taal van het toetsinstrument is een hele nieuwe wereld voor me. Ook de taperecorder met bijhorende tapes is nieuw materiaal waar live loops mee zullen worden gecreëerd. 

 

WAAROM SCHÖNBERG? Met Desnor brachten we in 2019 de roman Toverberg van Thomas Mann op het toneel. Als voorbereiding werd ook het daarop volgende boek Doctor Faustus gelezen, een verhaal rond de figuur van een componist, een verdoken Schönberg, die door de duivel wordt bezocht en als levenswerk een anti-vorm van de Negende Symfonie van Beethoven creëert. 

 

Schönberg is als grondlegger van de twaalftoonsmuziek bekend om het verlaten van de harmonie. Met het integreren van deze specifieke klanktaal wil ik een gevoel opwekken van dissonantie, maar als positief gegeven, als een bevrijding uit het juk van hetzelfde refrein, dezelfde eenheidsworst (waar alles moet ‘kloppen’, wetenschap zegeviert en mensenrechten zogezegd universeel zijn). Waar in onze voorstelling Toverberg de Negende Symfonie van Beethoven nog een cruciale rol kreeg als symbool voor harmonie, staat nu Verklärte Nacht voor het tegendeel. 

De grootsheid en ontroering dat het lied mij naliet de eerste keer dat ik hoorde, geven voor de zoveelste keer de ondoorgrondelijke krachten van muziek aan. Dit mysterie blijft een eeuwig te tackelen vraagstuk waarmee ik graag experimenteer.   

 

 

 

 

 

Onder constructie.

(Maart 2019)

Onderzoek

Onderzoek Ferre Marnef info

Onder constructie

Ferre Marnef