Roos

Roos Euwe/ BOG.

Universiteit van Amsterdam theaterwetenschap en dramaturgie 2013

dramaturg van BOG.
betrokken bij de organisatie van d e t h e a t e r m a k e r
woont en werkt in Antwerpen en Amsterdam

Euwe

© d e t h e a t e r m a k e r

reflectie:

reflectie:

Roos Euwe schrijft vanuit haar positie als vaste dramaturg van BOG. een reflectie rondom het werk en de werkprocessen van BOG. de afgelopen vier jaar. Ze wordt hierin bijgestaan door dramaturg Séba Hendrickx en vormgever Gerard Leysen van Afreux.

 

Fragment

Fragment

Een tijdelijke ordening

In 1988 merkt dramaturge Marianne van Kerkhoven op dat het enkele jaren eerder nog ondenkbaar leek dat er in de scheikunde en wiskunde chaos kon bestaan. Maar ze ziet dat in verschillende wetenschappen de universele geldigheid van wetten bevraagd wordt. Ze ziet in de kunsten dat grensoverschrijdingen een veelheid aan tekens en betekenissen opleveren en dat het ons ontbreekt aan een theoretisch kader om het te vatten. ‘We lezen wat Barthes en Foucault, Baudrillard of Susan Sontag, waarvan we niet eens meer kunnen zeggen — ook hier lijkt disciplinevervaging aan de orde te zijn — of we nu met filosofen, sociologen ofwel dichters te doen hebben.’

In 1988 werden vijf van de zes mensen geboren die samen BOG. zouden gaan vormen (de zesde kwam een klein jaar later). De ontwikkeling die Marianne van Kerkhoven beschrijft hebben we niet meegemaakt omdat we er middenin zijn begonnen. We weten niet beter dan dat niets in de wereld volgens één theorie te lezen of te begrijpen is. We zijn ons er zeer bewust van. Soms zo bewust dat het ons lam legt en pleinvrees bezorgt omdat de hele wereld op dat plein is en op -tig manieren bij ons binnenkomt. We weten dat iedereen het (de wereld) vanuit zijn/haar eigen wereldbeeld bekijkt: elke nieuwslezer, elke foto, elk verhaal, elke ervaringsdeskundige, elke mens. We zijn opgegroeid in een levende jungle van informatie waarin je steeds zelf een ordening moet scheppen waarbij het ene moment een kattenfilmpje belangrijk is en het andere moment een politieke speech en o ja dat artikel over die nieuwe tentoonstelling.

Kort geleden schreef iemand dat de traditionele theatercanon voor deze generatie slechts één van de vele cultuuruitingen is die de voedingsbodem vormt voor theaterwerk. Het verbaast me dat het geschreven wordt, zo vanzelfsprekend is het voor mij (als een vis in het water). Voor BOG. is het vanzelfsprekend dat theater een klein deel vormt. Tijdens repetitieperiodes lezen we meer dichtbundels dan theaterteksten. Ook meer romans dan theaterteksten en ook meer artikelen en essays. Niet omdat we geen theaterteksten meer lezen maar omdat het onderscheid tussen een roman, een gedicht of toneeltekst, tussen tekst of beeld niet van belang is om een inspiratie te zijn (ik denk trouwens dat dat niet per se iets nieuws is). Er zijn ook andere manieren om inspiratiebronnen te bekijken dan op discipline. Op thema bijvoorbeeld, op kleur, op klank, op kijkhouding. De zoektocht van BOG. naar een (tijdelijke) ordening is geen ontkenning van de complexe en multi-interpretabele wereld, het is er juist een bevestiging van. Wetende dat een ordening altijd anders kan zoekt BOG. er in voorstellingen naar. Hoewel het overzicht dat daaruit voortkomt net zo tijdelijk is, hopen we dat het scheppen ervan toch niet voor niets is.

© Roos Euwe