Thomas

Thomas Verstraeten

Herman Teirlinck Instituut toneel 2007
Sint-Lucas Antwerpen vrije kunsten 2011

Thomas is beeldend kunstenaar, theatermaker, acteur en deel van FC Bergman.
Zijn beeldend werk bestaat uit performances, video’s en installaties geworteld in de publieke ruimte, die door zijn regisserende handeling nu eens een ontmanteling, dan weer een provocatie van menselijke, bijna rituele gedragspatronen uitlokken.

Verstraeten

© deSingel

De Parade van mannen, vrouwen en diegenen die vanuit de verte op vliegen lijken.

De Parade info

is een levende sculptuur van Thomas Verstraeten. Op basis van een zelfverzonnen, maar tevens allesomvattend classificatiesysteem tracht Thomas orde aan te brengen in de chaos van de straat, de stad en bij uitbreiding de wereld.

‘Ik stel me de parade voor als een militair defilé voor de nationale feestdag. Maar in plaats van leopardtanks zijn er bussen en trams, in plaats van para’s en geniesoldaten zijn er straatmuzikanten en brandweermannen, joggers en cricketspelers, junks en hangjongeren, zakenmannen en fashionista’s. De hele stad verzamelt in één beeld, één sculptuur van mensen. In mijn parade lopen geen helden, neen, het zijn mensen zoals u en ik, geplukt van de straat, te voet en op de fiets. Er heerst een soort van ingehouden vreugde want alles en iedereen heeft een plaats. Elk onderdeel heeft een eigen compositie. Op een tribune langs het parcours beeld ik me in dat het publiek zit te kijken naar de voorbijtrekkende stad, in al zijn volheid en al zijn diversiteit. Het is als een prachtige luchtspiegeling, een breekbare utopie.’

De parade is een werk van Thomas Verstraeten met inwoners van de Stad Antwerpen,
geproduceerd door d e t h e a t e r m a k e r, DeSingel en Het Bos.

speeldata
speellijst
datumuurstadhuis
20/5/201722:00AntwerpenFrederik Van Eedenplein, Linkeroever

© Tom Koppens

De mooiste dingen ontstaan in gesprek met anderen

Thomas vertelt over zijn eerstvolgende project, een parade waarin hij grip probeert te krijgen op de realiteit door een ordening aan te brengen in de werkelijkheid, de chaos van de stad. ‘Het moet een levende sculptuur worden waarin alles, op alle mogelijke manieren, in verschillende categorieën geordend wordt.’ ‘Alles?’ vraag ik. ‘Alles’, knikt hij en hij kijkt om zich heen. ‘Verkeersborden, banken, vuilbakken, brievenbussen. Ratten, konijnen van het stadspark, katten, honden met hun baasjes. Bussen, trams, mensen met een Aldi-zak, mensen met een zak van Delhaize, mensen met kinderwagens, Joden, Marokkanen in chique BMW’s, schoolklassen, advocaten, zakenmannen in pak, kunstenaars sjofel op de fiets. Alles.’

In het boek Het wilde denken van Claude Levi-Strauss las hij hoe het wetenschappelijke, westerse denken naast het wilde, meer associatieve denken kan worden geplaatst. ‘Levi-Strauss schrijft over inheemse volkeren die veel meer taxonomieën hebben voor bepaalde plantensoorten dan de westerse, zogezegd objectieve indeling. Er zijn altijd andere indelingen mogelijk.  Maar het is ook een onmogelijke opdracht om alles een plek te geven. Je kunt net zoveel categorieën maken als er mensen, dingen en dieren zijn. Ik las ook eens dat in de nationale parade van Congo, naast de tanks en het legermaterieel, ook de vuilniswagens meerijden. Dat vind ik supergoed, dat zij er ook bij horen.’
Zijn blik wordt plots gevangen door twee jongetjes die vlak langs ons rijden met grote gele fietshelmen op hun kop.
‘Zag je dat?’

Thomas’ blik doet me denken aan een artikel van Georges Perec:

Hoe moeten we spreken over de gewone dingen, of liever, hoe komen we ze op het spoor, hoe krijgen we ze te pakken, hoe rukken we ze los uit het slijk waarin ze vastzitten, hoe geven we ze een betekenis, een taal — zodat ze eindelijk terug spreken over wat is, over wat wij zijn.

 

Thomas: ‘Ik heb het gevoel dat ik als kunstenaar en met FC Bergman deel uitmaak van een generatie die alles door elkaar laat lopen, voor wie de grenzen tussen disciplines irrelevant zijn geworden. Net als het onderscheid tussen vorm en inhoud. Ik vind het lastig wanneer mensen in het kijken naar de voorstellingen van FC Bergman dat onderscheid proberen te maken.’ Desalniettemin biedt de context van beeldende kunst Thomas weer andere mogelijkheden dan de theaterzaal. Hij verwijst naar een essay van Bart Verschaffel waarin theatraliteit niet wordt uitgelegd als het creëren van een fictie, maar het idealiseren van tijd en ruimte. ‘Het gaat niet om het creëren van een nieuwe werkelijkheid maar van een gespeelde, verhevigde werkelijkheid.’

 

Kort geleden toonde Thomas zijn werk Re-enactments: seekers of fame and fortune in Extra City. Het is een serie performances waarin hij straatmuzikanten en bedelaars naspeelt die hij eerder in Brussel en Antwerpen had gezien, zo exact mogelijk, tot in alle details: de kleding, jassen, mutsen, schoenen, de bewegingen, de mimiek, de woorden. Levensechte personages die, nagespeeld door een acteur in een tentoonstellingsruimte, veranderden in fictieve figuren. Echter, zijn de acts in eerste instantie niet ook al fictief? Ze zijn toch ook voorbereid, de bedelaars hebben ervoor gekozen om die jas aan te trekken, om het petje voor geld op die manier op de grond te leggen. ‘Maar het is een fictie waar niemand naar kijkt, en is het dan nog wel fictie? Als ik hun voorstellingen van de straat naar de scène verplaats, met een acteur die het dan exact naspeelt, hoe zit dat? Kan ik door dat na te spelen tot een nieuwe essentie komen, of mensen laten weten dat het wel belangrijk is om daar naar te kijken?’ De tentoonstellingsruimte en de onbaatzuchtige relatie tussen het werk en de toeschouwer zijn hiervoor essentieel. ‘Ik maak er natuurlijk ook een totaal kunstmatige situatie van, want op straat passeren de mensen, maar in een galerie niet meer, en blijven ze staan. Dat maakt het tot iets heel raar en confronterend, ook naar dat publiek toe. Het problematiseert de situatie waarin de toeschouwer zich bevindt. Dat kun je moeilijk binnen een theater doen omdat je dan mensen op een tribune zet.’

Thomas bladert in de map met ideeën en wijst op een tekening. ‘Dit is iets dat na de parade moet komen. Ik was in Parijs en zag een koppel op straat staan naast een parkeermeter. De vrouw was heel diep aan het huilen in de armen van die man, en die man keek recht in mijn ogen, uitdrukkingsloos. Ik vond dat van zo’n onversneden emotie, zo theatraal en tegelijkertijd zo klein en herkenbaar. De kleinheid ervan vind ik diep ontroerend. Na die parade moet ik ergens één of twee maanden gaan staan met een vrouw in mijn armen die huilt terwijl ik rechtdoor kijk. Het is klein maar ook groot, doordat het uitgestrekt is in tijd.’

 

  • – Fragment uit een gesprek met Thomas Verstraeten opgetekend door Roos Euwe, juni 2015
© AFREUX
© WANNES CRÉ

De

De Nachtwinkel info

Op 13 februari 2016 bouwde kunstenaar en theatermaker Thomas Verstraeten ter gelegenheid van Momentum een nachtwinkel in een vergeten stuk gang van deSingel. Meer dan een realistische kopie is de nachtwinkel een prototype, een tijdelijk monument voor een soort winkel waarvan het bestaan meer en meer onder druk staat. Alle vormelijke, bijna archetypische elementen die een nachtwinkel tot nachtwinkel maken zijn aanwezig. Toch vraag je je af wat er ontbreekt. De stad? De straat? De nacht?

De nachtwinkel nestelt zich als een parasiet in werking deSingel en stelt daarmee een parallelle economie in die de concurrentie aangaat met de verschillende foyers en het Grand Café. Het geeft de bezoekers van deSingel de keuze: een Vedett in het Grand Café of een Carapils uit de nachtwinkel?

Nachtwinkel

© WANNES CRÉ