een voorstelling van en door Rebekka de Wit
met muziek door Jonas Vermeulen en coaching door Willem de Wolf
licht door Rebekka de Wit & Sylvia Cuycken en video door Geert De Vleesschauwer
productie d e t h e a t e r m a k e r en co-productie De Singel
première 19 december 2014

STRIJD TEGEN MOEDELOOSHEID

Rebekka de Wit en Willem de Wolf over De presentatie van het ongecensureerd moppenboek

“Ze heeft een goede tekst geschreven. Belangrijk, ook.” zegt Willem de Wolf over Rebekka de Wit net nadat ik de recorder heb afgezet. En dat terwijl het gesprek begint met de constatering dat woorden er steeds minder toe lijken te doen. Dat de cijfers belangrijker zijn. Rebekka: “Er zijn geen woorden meer over.”

 

Veertien dagen voor De presentatie van het ongecensureerd moppenboek schuif ik bij Rebekka en Willem aan. Het is het derde solowerk van schrijfster en theatermaker Rebekka de Wit, vorig jaar nog te zien met Heimat dat ze samen met Freek Vielen, Tom Struyf, Harald Austbø en Suzanne Grotenhuis creëerde. De presentatie van het ongecensureerd moppenboek schrijft en speelt Rebekka zelf; Willem de Wolf, deel van gezelschap De Koe, denkt met haar mee.

Nu zitten ze tegenover elkaar met een kop koffie en een kop thee, praten snel en nieuwsgierig met elkaar over de taal, over Rebekka’s tekst en over de onmogelijkheid alles te willen oplossen. Voor ik een vraag kan stellen zit ik al middenin in hun gedachten. Hun toon is niet somber of zwaarmoedig, wel kritisch en bedachtzaam maar ook licht en optimistisch. Hun noodzaak om te denken, te praten, te schrijven en vragen te stellen is voelbaar, net als hun vermogen om het grote en het kleine met elkaar te verbinden. Van de zinloosheid van woorden in het algemeen springen ze naar het moppenboek en naar een belangrijk gesprek dat Rebekka had de dag ervoor. Ze heeft het opgenomen maar weet nog niet wat ze ervan kan gebruiken. Ze vraagt zich af of ze kan eindigen met een conclusie, want spreekt ze zichzelf niet tegen als haar tekst juist een aanval op de conclusie is?
“Je kan niet in één voorstelling ook dat nog oplossen”, antwoordt Willem. “Er zit ergens een manco in je redenering, en als die er niet zit zoek ik hem wel als luisteraar. Dat is ook goed. Het moet een beetje stuk want je kan niet luisteren naar iemand die overal aan heeft gedacht, naar iemand die gelijk heeft. Ik weet wel dat jij dat zou willen. Maar dan word je gek.”
Rebekka lacht en denkt na. “Ik vraag me af of ik ook zo luister, zoekend naar waar het mankeert?” “Jawel.”
“Ja, waarschijnlijk wel.”

 

De grootste, meest fundamentele delen van de tekst zijn geschreven, vertelt Rebekka, en nu puzzelen ze nog aan een aantal dingen. Maar zo vanzelfsprekend als het nu lijkt, was het niet.
Rebekka: “Ik begon met het idee om de hofnar van de Singel te zijn gedurende het jaar dat ik hier zou werken. Inmiddels ben ik daar vanaf gestapt maar de hofnar vind ik nog altijd een mooi figuur. Wat ik zo jammer vind in veel cabaret en comedy is dat de grap vaak het doel is en de inhoud erbij wordt verzonnen om ze de suggestie van noodzakelijkheid te geven. Ik wilde een moppenboek schrijven vol moppen die helemaal niet grappig zijn, die eerder een verzameling deerniswekkende essays over de wereld zijn, intens droevige dingen eigenlijk. Ik begon te schrijven maar afgelopen zomer ging mijn USB-stick met alle teksten die ik in het afgelopen jaar had geschreven kapot. Hoewel er veel werk op stond en vrienden het heel erg voor mij vonden, was ik eigenlijk heel opgelucht. Ik voelde me verlost van het materiaal. Ik heb de USB-stick proberen te redden. Dat lukte, ik kreeg het materiaal terug en besefte dat het echt een verlossing was geweest. Ik vond het niet goed. Ik las het terug en zag dat ik had geprobeerd te lijken op iemand die grappig is.”

Er is geen moppenboek meer maar “er was één dingetje dat ik wel wilde bewaren”, vervolgt Rebekka. “Ik had een stuk geschreven over iemand die zegt dat het grote probleem van deze tijd is dat er geen groot verhaal is dat het verhaal van het geld aanvalt. Ik heb een heel ambivalente houding tot die uitspraak omdat ik het aan de ene kant geloof maar tegelijkertijd ook krankjorum word van het gemak waarmee dat gezegd wordt. Een ander verhaal bedenken, maar met welk vocabulair dan? De banken zitten in onze hoofden, hoe komen we daar los van? De uitkomsten van pogingen een ander verhaal te creëren, ook in theater, vind ik teleurstellend. Toch voel ik me verantwoordelijk en word weer kwaad dat ik me er verantwoordelijk over voel. De uitspraak dat we geen ander groot verhaal hebben is onderdeel van een scala aan dooddoeners die een aanslag vormen op het denken, al die conclusies waar ik simpelweg geen antwoord op heb. Toen ik dit aan Willem vertelde, zei hij dat ik misschien wel een antwoord moest schrijven. Zodat mensen die weggaan toch twijfelen, aan het verhaal van het geld, of aan hun conclusies.”

Willem: “Toen Rebekka met dit vertelde voelde ik daar een urgentie (een rotwoord, maar toch), ook bij mezelf. Wat als het lukt wel een antwoord te geven? Die poging is essentieel maar hoe riposteer je dat? En vooral ook, hoe kom je af van het gevoel waardeloos te zijn wanneer iemand zoiets poneert “We hebben geen groot verhaal dat het verhaal van het geld aanvalt” ? Het is de bedoeling van zo iemand om je moedeloos te maken. Want diegene die dat zegt heeft de wereld bestudeerd en is tot de conclusie gekomen, dus vanaf nu kan jij je pogingen staken. Je was misschien nog van plan het juist in die richting te zoeken maar iemand zegt: “Nutteloos”. De poging om dat gevoel, de moedeloosheid maar ook de pijn en de woede, te bestrijden, daar werden we allebei heel enthousiast van.”

“En misschien lukt het ook niet”, voegt hij er aan toe. “Want het is ook ingewikkeld.” Ze denken even na en lachen, bescheiden en strijdbaar. Ze denken verder over de woorden die er minder toe lijken te doen, of we nog te redden zijn, over de mogelijkheid als kunstenaar om iemand voor tien seconden te verwarren, over het andere verhaal en hoe dat te vertellen.

 

– opgetekend door Roos Euwe voor het programmaboekje van Presentatie van een ongecensureerd moppenboek, december 2014.